Discriminatie op de werkvloer

In 2022 gaf 10,3 procent van de werknemers aan zich in de voorgaande twaalf maanden gediscrimineerd te hebben gevoeld op het werk. Dat kan zijn op een of meer gronden, bijvoorbeeld herkomst of geslacht. Hoe uit zich die discriminatie en wie maakt zich er schuldig aan? Welke kenmerken van werknemers, hun werkzaamheden en de organisatie waarin zij werken (zoals de samenstelling van het personeelsbestand) houden verband met discriminatie die zij ervaren?

Belangrijkste bevindingen:
– Werknemers voelen zich het vaakst gediscrimineerd op grond van herkomst. Dit komt met 15,7 procent het vaakst voor bij mensen die zelf geboren zijn buiten Europa.
– Gediscrimineerde werknemers ervaren vooral discriminerende opmerkingen en het gevoel genegeerd of buitengesloten te worden (beide 35 procent). Het vaakst was de dader volgens hen een collega. Bij 5,5 procent gaat het om bedreigingen, geweld of agressief gedrag. Hierbij wijzen zij klanten, patiënten, leerlingen of passagiers het vaakst als schuldige aan.
– De ervaring met discriminatie op het werk houdt niet alleen verband met kenmerken van de persoon zelf, maar ook met kenmerken van het werk en de organisatie.
– Behalve personen met een buitenlandse herkomst voelen vooral ook vrouwen, werknemers met een langdurige ziekte of aandoening, met weinig autonomie en met gevaarlijk werk zich relatief vaak gediscrimineerd.
– In mindere mate hangt de ervaring met discriminatie ook samen met de personeelssamenstelling: in organisaties waar weinig vrouwen werken, voelt een groter deel van de vrouwen zich gediscrimineerd op grond van hun geslacht. Daarentegen voelen werknemers met een niet-Nederlandse herkomst zich minder vaak gediscrimineerd als er relatief weinig andere werknemers met een buitenlandse herkomst zijn.